Hersenletsel en neurocognitieve stoornissen komen opvallend vaak voor bij verdachten in het strafrecht – naar schatting bij 30 tot 88% van deze populatie. Toch blijkt deze informatie in forensische rapportages en rechterlijke uitspraken nauwelijks een rol te spelen. Dat is zorgelijk, want neurobiologische factoren kunnen invloed hebben op gedrag, toerekeningsvatbaarheid en het risico op recidive. Ook bepalen ze in hoeverre iemand kan profiteren van behandeling.
Ons project Brein en Beslissing onderzoekt hoe informatie over hersenletsel wordt vastgelegd in Pro Justitia-rapportages en of rechters deze informatie meewegen in hun oordeel. We analyseren 60 recente rapportages van het NIFP waarin hersenletsel is vastgesteld of vermoed, samen met de bijbehorende rechterlijke uitspraken. Zo brengen we in kaart:
Waarom is dit belangrijk?
Het ontbreken van deze kennis belemmert passende diagnostiek, advisering en behandeling. Door inzicht te bieden in de rol van neurobiologische factoren in het strafrecht, dragen we bij aan betere signalering, risicomanagement en een eerlijkere rechtsgang. Dit onderzoek sluit aan bij actuele discussies over de integratie van neurowetenschappelijke inzichten in forensische diagnostiek.