Terug naar Arkin Onderzoek

Het ontwikkelen van een netwerktheorie over verslaving en depressie in een stedelijke bevolking

Achtergrond van het onderzoek

Verslaving en depressie zijn de twee meest voorkomende en invaliderende psychische stoornissen die vaker voorkomen in een stedelijke context. Deze aandoeningen hebben een recidiverend karakter en vormen een enorme belasting voor de samenleving en de getroffenen. Beide aandoeningen zijn vaak gerelateerd aan vergelijkbare sociale en psychologische risicofactoren, zoals sociaaleconomische status en stressvolle levensgebeurtenissen, evenals aan vergelijkbare factoren die hun potentiële begin of instandhouding kunnen verzachten, zoals verhoogde fysieke activiteit of hoger opleidingsniveau.

Helaas zijn de meeste onderzoeken gericht op slechts een of enkele factoren afzonderlijk. Toch zijn deze factoren sterk gecorreleerd en hun interactie is mogelijk de sleutel om te begrijpen hoe ze bijdragen aan depressie en verslaving. Bovendien komen de stoornissen vaak samen voor, maar is er weinig bekend over hoe ze elkaar beïnvloeden en in hoeverre hun samen voorkomen het resultaat is van een overlap in bijdragende factoren. Een andere openstaande vraag is, of de relaties tussen bijdragende factoren en verslaving en depressie ook verschillen tussen etnische minderheidsgroepen.

Doel van het onderzoek

Vanuit het Centre for Urban Mental Health -UvA en in samenwerking met AmsterdamUMC-locatie AMC en Arkin, gebruiken we een ​​complexe systeembenadering om de bijdragende factoren bij verslaving en depressie in een stedelijke context (Amsterdam) beter te begrijpen. Inzicht in hoe deze factoren op elkaar inwerken, zou kunnen leiden tot meer gerichte interventies voor verslaving, depressie en hun comorbiditeit.

​​​​​​​We bouwen voort op de opvatting dat depressie en verslavingen een complex systeem vormen van onderling op elkaar inwerkende problemen, en zullen een ​​netwerkmodel van de twee aandoeningen formaliseren. Het netwerk zal worden geïnformeerd door veranderingen in het netwerk in de loop van de tijd en na interventie te meten. Etniciteit zal van bijzonder belang zijn en zal daarom als een onafhankelijke factor worden meegenomen, aangezien we sterke interacties verwachten tussen beide risicofactoren, verzachtende factoren en etniciteit.


Karoline Huth

PhD-Student

Anneke Goudriaan

Hoogleraar

Matthijs Blankers

Senior Onderzoeker

Ruth van Holst

Universitair hoofddocent

 

ISO 9001 HKZ

Disclaimer | Privacybeleid | Cookiebeleid | © 2022 Arkin Onderzoek - Alle rechten voorbehouden | Realisatie: Lemon

Arkin